Dr. Merijn Kant

Merijn Kant is onderzoeker en docent bij Biologie

M. Kant

Waar bestaat jouw werk uit?

‘Ik doceer onder meer Ecofysiologie in het eerste jaar en Ecogenomics in het derde jaar.Verder doe ik onderzoek: ik kijk naar het ontstaan en de bestrijding van plagen. In de natuur komen plagen veel minder voor dan in de landbouw. Redenen hiervoor zijn waarschijnlijk het verlies van resistenties tijdens gewasveredeling en de lage biodiversiteit in de landbouw: alle individuen van een gewas zijn identiek en ze missen veel van hun natuurlijke afweer. Wij onderzoeken hoe we plagen kunnen bestrijden door te bepalen waarom in de natuur plaagvorming veel zeldzamer is.’

Hoe bestrijd je een landbouwplaag?

‘Bijvoorbeeld door in kassen met tomatenplanten zakjes op te hangen met roofinsecten erin, zoals roofwantsen. Deze eten plaagdieren op zoals spintmijten: dit zijn hele kleine beestjes die enorm veel schade in gewassen aanrichten. Ik ben gepromoveerd op de interactie tussen mijten en tomatenplanten. Mijten veroorzaken schade aan tomatenplanten door bladcellen leeg te zuigen, waarna de plant weinig vruchten produceert of doodgaat. Ze schakelen het verdedigingsmechanisme van een tomatenplant uit door de tomatenplant te verlammen. We vermoeden dat ze dat met hun speeksel doen.’

Hoe is het om op een bètafaculteit te zitten?

‘Het heeft alleen maar voordelen. Vaak moet je als onderzoeker samenwerken met iemand uit een andere discipline. Je hebt als bioloog bijvoorbeeld hulp nodig van een scheikundige bij je promotieonderzoek. Een scheikundige heb je op Science Park snel gevonden, want alle bètastudies zitten hier bij elkaar. Als student maak je makkelijk contact met de hoogleraren. Hier heerst echt een UvA-gevoel en ook de ‘FNWI-factor’ is nadrukkelijk aanwezig.’

Zijn er dingen waar biologiestudenten tegenaan lopen?

‘Ze verkijken zich soms op hoe intensief de studie is. Ik hoor studenten wel eens klagen dat ze moeten werken en geen tijd hebben voor colleges. Het is in drukke perioden regelmatig 5 dagen per week van 9 tot 5 werken: de studie is nagenoeg voltijds.’

Heb je een advies voor aankomende studenten?

‘Kies je studie niet té strategisch. Ik was toen ik ging studeren erg bezig met mijn kansen op de arbeidsmarkt. Daarom ben ik pas in tweede instantie Biologie gaan studeren. Nu denk ik: het maakt niet zo veel uit wat je kiest. Als je na je afstuderen bijvoorbeeld bij een bedrijf gaat werken, krijg je toch meestal eerst een interne opleiding. Ik was erg bezig met de vraag: ‘hoe kom ik er straks tussen’? Waar ik niet aan dacht, is dat de ruimte vanzelf ontstaat. Mensen gaan ook met pensioen, dus jouw tijd komt wel. Geef je gevoel voldoende ruimte. Alleen als je iets écht leuk vindt, zal je er plezier aan beleven en wordt het een succes.’

Published by  Faculty of Science

25 August 2016