Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics

Rianne van Duinen

Rianne van Duinen

Foto: Rianne van Duinen

Als klein meisje verzamelde ik al bloemen en insecten en wilde ik alles weten wat er te weten viel over de natuur. Op de middelbare school was ik dat een beetje kwijtgeraakt, maar toen ik me ging oriënteren op mijn studiekeuze vond ik het weer terug. Ik dacht eerst nog dat ik misschien Geneeskunde wilde studeren, maar realiseerde me toen dat het wel heel erg specifiek is: alleen gericht op het menselijk lichaam. En ik wilde veel meer leren dan dat. Biologie dekt  alles wat met de natuur te maken heeft en toen ik naar de voorlichting ging was ik meteen verkocht.

Juiste combinatie stad en studie

Ik wist ook al heel snel dat ik naar Amsterdam wilde. De opleiding sprak mij hier veel meer aan dan bijvoorbeeld in Nijmegen, waar ik ook ging kijken. En de stad zelf, de grachten, de Jordaan, de sfeer... Het is voor mij echt de juiste combinatie van stad en studie. Ook de mensen, de docenten en mijn medestudenten, vind ik allemaal ontzettend leuk. Je hoort wel eens dat biologen een apart slag mensen zijn, en hier ben ik het op een positieve manier volledig mee eens! Biologen zijn de leukste en aardigste mensen die ik tot nu toe ben tegengekomen.

Meer dan fotosynthese

Naar mijn idee is een van de grootste misvattingen over Biologie dat planten ‘saai’ zijn. Er is zoveel meer interessants te ontdekken over planten dan de fotosynthese waarover je op school leert. Voor het vak Organismen in het milieu gingen we een week naar Zuid-Limburg en dagjes naar andere natuurgebieden in Nederland. Hier leerden we over het ecosysteem, welke planten er staan en waarom en wat voor insecten er leven. En als je met een vlindernetje keihard achter een zeldzame bij of vlinder of libelle aan rent dan voel je je toch wel een beetje de nieuwe Freek Vonk. En wie wil dat nou niet?

Ook het vak Ecofysiologie was heel leuk en leerzaam. Hierbij moesten we een eigen onderzoekje opzetten. Wij deden dit met rupsen van de stippelmot (Yponomeuta cagnagella). Je maakt op deze manier goed mee hoe je een onderzoek opzet en uitvoert, en vooral hoe je dan omgaat met problemen.

Flink aanpoten

Al met al is het wel flink aanpoten in het eerste jaar. Ik denk dat de eerstejaars die stoppen dat doen omdat ze dachten dat de studie veel makkelijker is dan die eigenlijk is. Vooral tot aan februari is de studie best pittig, maar daarna wordt het echt makkelijker en leuker. En als het goed is vond je biologie leuk op school en dan is deze studie nog tien keer zo leuk. Bovendien, als je er even niet uitkomt, kun je altijd aan de bel trekken en zijn er genoeg mensen die willen helpen.

Werken voor het WWF

Welke master ik wil gaan doen, weet ik nog niet, maar waarschijnlijk iets met veldwerk. Uiteindelijk zie ik mezelf in een regenwoud, savanne, steppe, bos... Ik wil de natuur zien en helpen deze te behouden, bijvoorbeeld voor WWF of een ander natuurorganisatie. Maar ik wil zeker niet vast komen te zitten ergens op een kantoor.

Published by  Faculty of Science

9 February 2017