Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics

Saskia Marijnissen

Saskia Marijnissen

Foto: Saskia Marijnissen

Saskia Marijnissen onderzoekt de ecologische rol van de vele krabbensoorten in het Afrikaanse Tanganyika-meer, het op een na diepste meer ter wereld. Het meer ligt afgesloten van ander water, waardoor dieren en planten op eigen wijze evolueren. Saskia onderzoekt hoe al de krabbensoorten tot stand kwamen. Het lijkt erop dat de krabben in het meer middenin hun evolutie zitten.


Krabben opduiken

‘Er is heel weinig bekend over het leven in het Tanganyika-meer. De evolutie van krabben in dit meer is nog door niemand onderzocht. Ik moest alles zelf uitzoeken, ook de praktische facetten van het onderzoek. Om uit te vinden hoe het nou precies zit met de evoluerende krabben, besloot ik systematisch de bodem van het Tanganyika-meer te bekijken. Ik keek op twintig verschillende locaties op drie verschillende dieptes. Bij iedere duik lette ik niet alleen op het aantal dieren dat ik er zag, maar ook of de bodem bijvoorbeeld uit steen of zand bestond. Per diepte herhaalde ik de telling vijf keer. Ik heb ook nog ongeveer 200 losse duiken gedaan.’

‘De krabben die ik op de bodem vond, stopte ik in een zakje en nam ik mee aan land. Het was nog best een karwei, al die duiken. De krabben werkten ook niet mee. Eén soort heeft bijvoorbeeld hele grote scharen, dus er is nog wel eens een zakje gesneuveld. De krabben hebben die uitzonderlijke scharen waarschijnlijk ontwikkeld omdat de slakken die ze eten, steeds dikkere huisjes kregen. Om te overleven moesten ze dus wel hun scharen aanpassen. Inmiddels zijn de scharen van die krabben bijna net zo groot als hun lichaam.’

Bedorven weefsel

‘In het Tanzaniaanse laboratorium bekeek ik de krabben nauwkeurig, noteerde hun kenmerken en stopte ze in zakjes met alcohol. Deze zakjes stopte ik in een grote ton en zo stapte ik op het vliegtuig naar Nederland. Door de veranderende luchtdruk knapten een paar zakjes, dus bij het uitstappen was mijn rugzak doordrenkt met alcohol en rottende krabben. Gelukkig leverde het geen problemen op bij de douane en nam ik met honderden krabben intrek in het laboratorium.

Hier begon ik aan de tweede fase van mijn onderzoek: het uitpluizen van de ‘stamboom’ van de krabben. Hiervoor moest ik het DNA uit de krabben isoleren. Dit is een nauwkeurig werkje dat gecompliceerder was dan ik in eerste instantie verwachtte. Het weefsel van de krabben was namelijk al bedorven. Dit komt omdat de krabben bestaan uit verschillende compartimenten. Zodra ze in de alcohol liggen, sluiten ze een deel van de compartimenten af. Zo duurt het heel lang voor de hele krab goed geconserveerd is. En in die hoge temperaturen in Tanzania kun je je voorstellen dat de krabben snel verrotten.’

Platythelphusa armata, de grootste krabsoort in Lake Tanganyika.

Platythelphusa armata, de grootste krabsoort in Lake Tanganyika.

Nieuwe soorten

‘De stamboom die uit mijn analyses volgde, was minder mooi dan ik hoopte. Op basis van hun morfologie leken er negen soorten krabben in het meer te leven, die overigens nergens anders voorkomen. Uit het genetisch onderzoek bleek dat niet zo duidelijk. Ondanks de verschillen in het uiterlijk van de krabben leek het genetisch gezien om dezelfde soort te gaan. Dit kan verscheidene oorzaken hebben, maar ik vermoed dat de krabben op het moment bezig zijn te evolueren. Dan zitten ze nu dus op een grensgebied waar nieuwe soorten ontstaan! Als je het genetisch onderzoek zou doen met een ander - sneller evoluerend - gen, komt er misschien wel een duidelijker onderscheid tussen de soorten uit. En vinden we er misschien wel meer dan negen.’

‘Ecologisch en evolutionair onderzoek is belangrijk om een antwoord te vinden op vragen over hoe de soortvorming plaatsvindt. Maar dit is niet het enige belang van mijn onderzoek. Het Tanganyika-meer bevat 18% van de oppervlaktezoetwatervoorraad van de wereld. Daarmee is het een belangrijke bron van zoetwater en van leven voor de omliggende gebieden. Het is belangrijk de kwaliteit van het water in de gaten te houden. Door de krabben te bestuderen, leer je ook iets over de ecologie van het meer. Die extra kennis kan een bijdrage leveren aan voorspellingen over hoe het meer reageert op vervuiling en klimaatveranderingen.’

‘Ik heb veel geluk gehad, want alles wat ik leuk vind om te doen, vind ik terug in dit onderzoek. Ik houd van duiken en zwemmen en heb een voorliefde voor crustaceën; ik vind garnalen, pissebedden maar vooral krabben en kreeften ontzettend leuk. Ik zou er nog heel graag achter willen komen hoe de ene krabbensoort een andere soort herkent. En of ze elkaar überhaupt wel herkennen. Daar zou ik nog  graag verder onderzoek naar doen. En als ik het niet kan doen, dan hoop ik dat iemand anders ermee verder gaat.’

Published by  Faculty of Science

21 February 2017