Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics

Studieprogramma

Geneeskunde

In de bachelor Geneeskunde van de UvA wordt veel aandacht besteed aan actuele en toekomstige medische ontwikkelingen. Dit betekent veel ouderengeneeskunde, sociale geneeskunde en huisartsgeneeskunde. Hierbij maakt de Faculteit gebruik van verschillende en vernieuwende onderwijsvormen, zoals Team Based Learning en digitaal onderwijs.

Het eerste jaar

Al meteen in het eerste jaar van de bachelor Geneeskunde kom je in contact met ‘echte’ patiënten. Tijdens de eerstejaars stage in een gezondheidszorginstelling – start eind oktober - én tijdens ‘patiëntencolleges’ (hoorcolleges waarbij een arts een patiënt meeneemt en waarbij de doormiddel van het stellen van vragen diagnoses leert stellen). De UvA is er van overtuigd dat vroegtijdig en regelmatig patiëntencontact zorgt voor optimale resultaten; de patiënten zijn minder abstract dan wanneer je ze leert kennen door middel van een leerboek én de student wordt genoodzaakt om snel een professionele houding aan te nemen.

De bachelor Geneeskunde heeft een praktische insteek, maar de UvA benadrukt ook het wetenschappelijk karakter. Niet alleen voor diegene die later de wetenschap in wil, maar ook voor de ‘gewone' arts is het belangrijk om een academische kennis en vaardigheden te ontwikkelen. 

Tijdens het eerste studiejaar van de bachelor oriënteer je je op het vakgebied Geneeskunde. De opleiding is opgebouwd aan de hand van vier thema’s. Deze thema’s komen ieder jaar terug. In elk thema staat een patiënt met zijn of haar ziekte centraal.

  • Ontwikkeling, voorplanting en veroudering -> ontwikkeling van de mens, ingedeeld in drie levensfasen: kindertijd en adolescentie, volwassenheid en ouderdom
  • Waarnemen, denken en doen -> ziektebeelden en vraagstukken van het perifeer en centraal zenuwstelsel, zintuigen en het bewegingsapparaat
  • Circulatie en milieu interieur -> ziektebeelden en vraagstukken van de drie orgaansystemen, hart en vaatstelsel, longen en nieren
  • Regulatie en afweer -> ziektebeelden en vraagstukken rondom de stofwisseling, hormonale regulatie en tractus digestivus alsook de thematiek rondom afweer en infectie

Het tweede en het derde jaar

Tijdens het tweede en derde jaar worden de vier thema’s verder uitgediept. Hierdoor is er veel tijd voor herhaling en verdieping. Bijvoorbeeld: In het thema Ontwikkeling, voortplanting en veroudering bestuderen we in het eerste jaar een gezonde zwangere patiënt zonder complicaties, in jaar twee komt de zwangere patiënt weer terug. De stof uit het eerste jaar wordt herhaald, maar de

context wordt complexer. De zwangere patiënt heeft bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en is zojuist haar baan verloren. In het derde jaar van de bachelor gaan we nog een stap verder en bestuderen we de zwangere vrouw met hoge bloeddruk waarbij de weeën veel te vroeg beginnen. De stof begint gemakkelijk en wordt steeds complexer. Daarbij is aandacht voor herhaling van eerder bestudeerde studiestof. Hierdoor blijft de kennis beter hangen.

Daarnaast is er in het tweede jaar veel ruimte voor keuzeonderwijs waarbij je je (medische) kennis kunt verbreden of verdiepen.  Ook heb je in het tweede en derde jaar van de opleiding wederom veel contact met patiënten en loop je in beide jaren weer een stage. Het afsluitende onderdeel van de bachelor noemen wij ‘Opstap naar de kliniek’.  Dit onderdeel bereid je grondig voor op de masterfase.  Opstap naar de kliniek’ is een stage met veel aandacht voor de praktische, medisch professionele vorming zoals het voeren van een gesprek met een patiënt en  het doen van lichamelijk onderzoek.

Na het afronden van de bachelor Geneeskunde ben je nog geen dokter. Hiervoor moet je je master Geneeskunde halen. Na het goed afronden van de master Geneeskunde ben je basisarts. Daarna heb je een aantal mogelijkheden. Je kunt je specialiseren tot medisch specialist, zoals internist, huisarts of chirurg. Ook kun je meteen aan het werk gaan in een  ziekenhuis of het bedrijfsleven (bijvoorbeeld als verzekeringsarts).  Of je kunt wetenschappelijk onderzoek doen.

Onderwijsvormen

Wat voor lessen kun je verwachten? Je krijgt te maken met verschillende onderwijsvormen, waaronder:

  • ‘patiëntencolleges' (hoorcolleges waarbij een arts een patiënt meeneemt)
  • snijzaalpractica
  • e-practica (elektronisch)
  • werkgroepen
  • symposia
  • vaardigheidstrainingen
  • team-based learning (studeren in groepen met student als coach/begeleider)
  • gestructureerde zelfstudie
  • bedside-teaching

Andere onderwijsvormen:

  • Intra- en extramurale stage (stage in het eerste semester van jaar 1 waarin voor het eerst direct contact met patiënten en patiëntenzorg in een klinische en paramedische setting is)
  • Meeloopstage (In het tweede studiejaar worden de studenten gekoppeld aan geneeskundestudenten van de master die in het tweede en derde jaar van hun coschappen zitten)
  • Keuzeonderwijs
  • Bachelorthesis (doel: het wetenschappelijk verantwoord uitvoeren van een literatuuronderzoek binnen het medische domein en wordt afgesloten met een literatuuroverzicht in de vorm van een scriptie)

Omdat we het belangrijk vinden dat onze studenten actief en kritisch aan deelnemen, is het onderwijs van de Bachelor Geneeskunde erg interactief. De artsen - en andere specialisten  - van wie je les krijgt, nemen hun patiënten en de laatste ontwikkelingen en onderzoeken mee in het onderwijs.

Tijdens de studie leer je vaardigheden zoals het voeren van gesprekken met patiënten en het uitvoeren van lichamelijk onderzoek. Deze vaardigheden worden tijdens alle studiejaren geoefend. Voordat je met patiënten gaat werken oefen je de vaardigheden met en op je medestudenten of simulatiepatiënten. Over praktijkoefeningen kun je meer lezen in de folder  patiëntgebonden vaardighedenonderwijs

De meeste onderwijsonderdelen worden afgesloten met één of meerdere toetsen, zoals een schriftelijk tentamen, het schrijven van een (wetenschappelijk) verslag of het houden van een presentatie.

Hoeveel studeer je per week?

  • Studielast per week: 40 uur
  • Onderwijs: 16 uur
  • Zelfstudie: 24 uur

28 October 2015