Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics

Studieprogramma

Biomedische wetenschappen is een voltijd studie waarbij vanaf het begin een behoorlijke inspanning van je wordt verwacht. Je bent ongeveer 40 uur per week met je studie bezig. Naast 20 tot 24 uur aan colleges, practica en werkgroepen besteed je de rest van de week volledig aan zelfstudie. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van twintig weken en omvat 60 studiepunten. Ieder semester bestaat uit twee blokken van acht weken en een blok van vier weken.

Het eerste jaar

Docenten van de opleidingen Biomedische wetenschappen, Biologie, Psychobiologie, Geneeskunde en Scheikunde verzorgen de opleiding Biomedische wetenschappen. Deze samenwerking staat garant voor een breed onderwijsaanbod. In het eerste jaar krijg je bijvoorbeeld de vakken:

  • Genetica en Evolutie
  • Microben en de mens
  • Humane Anatomie
  • Mechanismen van Ziekten van de Mens

Door de opleiding heen lopen de zogenaamde leerlijnen, zoals Academische vaardigheden, Moleculaire celbiologie & Biochemie en Humane fysiologie en Mechanismes van Ziekte. Dit zijn inhoudelijke thema’s of vaardigheden die gedurende je studie steeds terugkomen. Hierdoor bouw je de kennis en vaardigheden stapsgewijs op en is er duidelijke samenhang tussen de vakken. Meestal komen meerdere leerlijnen samen in een vak.

Samen met al je medestudenten volg je colleges en werk je met een vaste kleine groep en je mentor je aan het ontwikkelen van je academische vaardigheden. Naast de theorie doe je veel practica.

In de highlightcolleges over het vakgebied en de vernieuwing van diagnostiek en therapie in de geneeskunde komen toponderzoekers van UvA, NKI en Sanquin gegeven aan het woord. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Biologie en therapie van tumoren
  • Metabole ziekten en therapie
  • Microben en infectie
  • Neurobiologie

Alle vakken in het eerste jaar zijn verplicht.

Het tweede jaar

In het tweede jaar ga je nader in op de onderdelen uit het eerste jaar en maak je kennis met de nieuwste techniek om het functioneren van cellen en organen te visualiseren. De vakken in het tweede jaar zijn ook verplicht. Het programma omvat:

  • Theoretische en praktische vakken over biochemie, celbiologie, immunologie en moleculaire biologie
  • Microscopietechnieken om in levende cellen biochemische processen te bestuderen
  • Genoomanalysetechnieken en hoe de data ervan te interpreteren
  • Het schrijven van een Engelstalige essay over een biomedisch onderwerp, waarvan je een voorkeur voor een thema mag geven. 

Het derde jaar

In het eerste semester van het derde jaar kun je kiezen uit verschillende tracks:

  • Frontiers in medical biology (Engelstalig)
  • Neurobiology
  • Patient oriented research (Engelstalig)

Of je kunt een (educatieve) minor doen of vakken volgen bij een andere opleiding in Nederland of in het buitenland.

In het vierde blok kun je kiezen uit onderstaande keuzevakken:

  • Anatomie en Ontwikkelingsbiologie
  • Endocrinologie
  • Genregulatie
  • Medische moleculaire biologie

Je sluit het jaar af met het bachelorproject, waarin alle leerlijnen samenkomen en je kennis en vaardigheden van de voorgaande jaren gebruikt.Tijdens de stage doe je zelfstandig wetenschappelijk onderzoek. Je rondt het bachelorproject af met een uitgebreid verslag. Je kunt er ook voor kiezen om in plaats van keuzevakken te volgen, gelijk met je bachelorproject te starten en vijf maanden onderzoek te doen. Na afronding van je studie krijg je de titel Bachelor of Science (BSc).

Voor de opbouw van het curriculum ga je naar het studieprogramma en voor de precieze inhoud van alle vakken kun je kijken in de digitale studiegids.

Onderwijsvormen

  • Tijdens hoorcolleges legt de docent de stof uit en krijg je de gelegenheid om vragen te stellen.
  • Tijdens een werkcollege oefen je met de stof die tijdens het hoorcollege is besproken. Dit doe je in kleinere groepen van ongeveer 20 - 30 studenten onder begeleiding van een docent.
  • Bij een mentorgroep oefen je je academische vaardigheden, zoals het schrijven van een onderzoeksverslag en het presenteren van wetenschappelijk onderzoek. Mentorgroepen bestaan uit ongeveer 15 studenten.
  • Tijdens een practicum bestudeer je preparaten en doe je proeven die betrekking hebben op de geleerde stof.
  • Tijdens computerpractica simuleer je proeven of maak je modellen van complexe biologische processen.

De meeste vakken worden afgesloten met één of meerdere toetsen. Die kunnen bestaan uit een schriftelijk of mondeling tentamen, een werkstuk of een presentatie.

Published by  Faculty of Science

13 October 2017